Droom

Droom 
In 1998 was ik God aan het zoeken. Ik was van plan om naar het Midden Oosten te gaan. De twee daarop volgende dagen gaf God mij een beeld van een baby. Het was een baby die er verschrikkelijk uitzag, gewond en verworpen. Het was een baby die je niet wilde vasthouden. Ik raakte tot tranen toe bewogen over deze verwonde, verworpen baby. Ik vroeg God wat dit betekende en Zijn antwoord was: “Wie wil dit kind tegen zich aanhouden en het liefhebben?” Ik vroeg wie is dit kind. God zei: “Ismaël”

Ismaël
In de bijbel las ik het verhaal van Abraham, die zijn zoon Ismaël met Gods goedkeuren de woestijn instuurde. Het kind stierf bijna van de dorst, toen kwam een engel van God te hulp. De engel zei tegen Hagar dat God de roep van Ismaël had gehoord. Diep van binnen ervaar ik Gods liefde voor dit kind, dat “zwerft” in de woestijn. Mijn eerste taak is niet om een geestelijke strijd te voeren, maar dit kind, deze baby (symbolisch voor Ismaël – moslims) in Gods aanwezigheid te brengen, zodat het de liefde van Zijn Schepper kan ervaren. Zodat dit kind zonder vader thuis kan komen.